Ds. Izaäk Kievit VDM

Zie, hier ben ik

Jesaja 6 : 5–8 · Gereformeerd Weekblad, 7 en 14 september 1935 · 7.065 woorden, ca. 55 minuten voorlezen

Jesaja 6 : 5–8

Toen zeide ik: Wee mij, want ik verga! dewijl ik een man van onreine lippen ben, en ik woon in het midden eens volks, dat onrein van lippen is; want mijn ogen hebben den Koning, den HEERE der heirscharen gezien. Maar een van de serafs vloog tot mij, en had een gloeiende kool in zijn hand, die hij met de tang van het altaar genomen had. En hij roerde mijn mond daarmede aan, en zeide: Zie, deze heeft uw lippen aangeroerd; alzo is uw misdaad van u geweken, en uw zonde is verzoend. Daarna hoorde ik de stem des Heeren, dewelke zeide: Wien zal Ik zenden, en wie zal voor Ons henengaan? Toen zeide ik: Zie, hier ben ik, zend mij henen.

Thema: Zie, hier ben ik

Zo schouwde Jesaja, in het sterfjaar van Uzzia, den troon des Heeren. Ook zag hij Hem, die zat op dezen troon, terwijl diens zoomen den tempel vervulden. De heerlijkheid des Konings vervulde den hemeltempel. Hij beluisterde het lied, de beurtzang, der serafs. Zij bezingen de heerlijkheid van den Heere der heirscharen. Alle legermachten des Heeren staan in dienst van het verbond der genade en zo is hier een profetische zang die hare vervulling steeds meer zal vinden tot het einde der dagen wanneer de heerlijkheid des Heeren de aarde zal bedekken gelijk de wateren den bodem der zee. Wij zien Jezus met ere en heerlijkheid gekroond, maar nog niet dat Hem alle dingen onderworpen zijn. De Vader zal zijne vijanden stellen tot een voetbank Zijner voeten en Zijn dag komt, waarop Hij den aardbodem rechtvaardig zal richten.

Geweldig klonk deze serafs-zang door de gewelven des Tempels, zodat de posten zich bewogen van de stem des roependen. Als vuurwezens ademen zij rook en blazen zij met hun gezang het altaar aan. Dat er ook een altaar stond in dit hemelse Huis werd nog niet vermeld, maar straks blijkt het, want een seraf neemt een kool vuurs van het altaar. De indruk wordt gewekt, dat Jesaja eerst geen altaar heeft gezien en dat juist daarom de schrik Gods op zijne ziel viel. Zo is het nog wanneer een zondaar God ontmoet en Christus is bedekt voor de ziel. Het was ook een geweldig gezicht voor een nietig Adamskind, een bewoner van het stof. Wij zijn zover verwijderd van de heerlijkheid Gods door onzen afval in de zonde; de wereld der eeuwige dingen is ons zo vreemd en geen wonder, dat als wij, nabijgebracht zijn bij de heerlijkheid van den troonzetel Gods, beving over ons komt.

Inloggen om verder te lezen

Met een gratis account leest u elke week één volledige preek. Wie een gift geeft, leest een jaar lang alle preken onbeperkt; vanaf € 50 voor altijd.

Steun dit werk

Binnenkort ook te koop als download (€ 1 per preek), in drie vormen:

Lees-pdf
A5, om op het scherm of de tablet te lezen.
Druk-pdf
Zwart-wit, in twee uitvoeringen. A5 met één bladzijde per vel. En een A4-boekje: de bladzijden staan al in de goede volgorde. Print dubbelzijdig op werkelijke grootte (omslaan op de korte kant), vouw de stapel dubbel tot een A5-boekje en niet het in de rug.
ePub
Voor een e-reader; de letter is zelf groter of kleiner te zetten.